Verhalen van vroeger

‘Krankzinnige landverhuizers’ in Rotterdam 1910-1915

Opgezweept door de droom van welvaart, vrijheid en gelijke kansen trokken tussen 1880 en 1920 maar liefst 23,5 miljoen mensen naar de Verenigde Staten. In 1903 nam het Amerikaanse Congres een wet aan die bepaalde dat iedere immigrant die binnen 2 jaar na aankomst krankzinnig werd, alsnog het land moest worden uitgezet. De psychisch getroebleerde lieden die zodoende uit Amerika werden verwijderd, werden door de scheepvaartmaatschappijen die hen hadden gebracht, weer terugvervoerd naar Europa.

In Maasoord
In totaal werden er tussen 1910 en 1915 ongeveer 100 landverhuizers verpleegd in Maasoord. Lang bleven de landverhuizers meestal niet. Directeur Vos was van mening dat het Rotterdamse ziekenhuis primair voor Rotterdammers was bedoeld, en niet voor deze ontheemde patiënten. Afgaande op de dossiers kan worden geconcludeerd dat de uitgewezen migranten ernstige psychische stoornissen vertoonden. Slechts in een enkel geval bleek er weinig aan de hand te zijn. Bij de katholieke Andrej Weliwis bijvoorbeeld, een 21-jarige Rus, kon men geen psychische afwijkingen vaststellen. Na binnenkomst was hij weliswaar angstig en onrustig, en hij lag vaak naast zijn bed rozenkransjes te bidden, maar verder bleek hij volkomen normaal. ‘Als het verstaanbaar maken niet lukt, legt de patiënt een zeer begrijpelijke moedeloosheid aan de dag’, aldus de behandelend arts. Andrej speelde wat domino met zijn zaalgenoten, schreef brieven naar zijn vader in Rusland en zijn twee broers in Amerika, en was uitzinnig van vreugde toen hij als hersteld werd ontslagen. De psychiatrische behandeling van de landverhuizers had weinig om het lijf. In deze periode bestond het psychiatrisch arsenaal voornamelijk uit rust, regelmaat, arbeidstherapie en een enkel gesprek. Vaak werden mensen in bed verpleegd. Onrust en agressie werden bestreden met medicamenten als morfine en broom, of met dwangmiddelen zoals een strakke inwikkeling in natte doeken.

Anno 2009
Door de ligging nabij een belangrijke haven kreeg Maasoord in 1910 te maken met ‘exotische patiënten’, afkomstig van het diepe, achtergebleven platteland van Midden- en Oost-Europa. Tegenwoordig heeft Delta nog steeds te maken met landverhuizers, al heten ze nu asielzoekers. Zij kunnen niet worden uitgewezen op grond van psychische problemen, zoals de landverhuizers aan het begin van de eeuw. Integendeel, wanneer een uitgeprocedeerde asielzoeker lijdt aan een zware psychiatrische stoornis in een acute fase, is dat vaak reden om nog even te wachten met de uitzetting.

Frederik Jacob Tolsma, geneesheer-directeur Maasoord/Deltaziekenhuis

Frederik Jacob Tolsma was geneesheer-directeur van Maasoord/Delta in de periode 1951-1974. Zijn voorganger had in 1950 al aangekondigd dat hij met pensioen zou gaan. Ruim op tijd, want in die jaren was het moeilijk om aan psychiaters te komen. Voor de psychiaters gold de ligging van de ziekenhuizen vaak als een bezwaar, evenals het feit dat het salaris niet bijzonder hoog was. Ten slotte gold voor Maasoord in het bijzonder dat de dokterswoning, die bij de functie hoorde, ouderwets en weinig comfortabel was.

Eerste indrukken van Tolsma
Op 1 december 1951 trad Tolsma in dienst. Hij wist zich jaren later nog goed te herinneren welke indruk Maasoord op hem maakte. ‘Het geheel bood een troosteloze aanblik. Om alle paviljoens zaten nog hoge hekken en bovenop zat prikkeldraad.’ Het verwijderen van de hekken zou de eerste zichtbare actie zijn die hij ondernam als geneesheer-directeur. Dat een groot deel van de hekken van Maasoord kon verdwijnen, was mede mogelijk gemaakt door de introductie van een nieuwe therapie; volgens velen introduceerde Tolsma als eerste in Nederland medicijnen die speciaal waren bedoeld als middel tegen psychiatrische aandoeningen. Een nieuw medicijn dat al in 1950 was getest, was chloorpromazine. In 1953 kwam dit onder de naam Largactil op de markt. Tolsma paste dit op grote schaal toe in de strijd tegen de psychosen. De impact was enorm.

Vernieuwingen
Tolsma was er stellig van overtuigd, dat psychofarmaca alleen werkten als deze werden gecombineerd met andere therapieën. Het was duidelijk: de patiënten van Maasoord moesten aan het werk. Naast arbeidstherapie kreeg ook het onderdeel ontspanning de nodige aandacht. Zo werden speciale bioscoopvoorstellingen georganiseerd. Tolsma stelde een sportleider aan om bewegingstherapie te gaan geven. Al met al waren binnen enkele maanden alle patiënten aan de slag. Om de imagoverbetering van de psychiatrie compleet te maken was echter meer nodig: de komst van een kliniek. In 1956 ging de bouw van start en 2 jaar later werd de Deltakliniek geopend. Ook de naam van Maasoord veranderde. Vanaf 1958 was de naam: Deltaziekenhuis.

Fragmenten uit Delta, negentig jaar psychiatrie aan de Oude Maas - Catharina Th. Bakker, Gemma Blok en Joost Vijselaar

 
Print pagina