Mensen kunnen in hun leven traumatische gebeurtenissen meemaken, waarbij ze alle controle verliezen. Na zo’n schokkende gebeurtenis krijgt 10% van de mensen last van langdurige stressklachten. Ze ervaren chronische stress, zijn voortdurend waakzaam en hebben lichamelijke angstklachten.
Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is een angststoornis met een duidelijke oorzaak in het verleden. Bijvoorbeeld een oorlogservaring, beroving, verkrachting of vliegtuigongeluk.
De verschijnselen van een PTSS zijn onder te verdelen in 4 groepen:
PTSS kan worden behandeld met Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR), cognitieve gedragstherapie of medicatie. Daarnaast is rust nemen belangrijk. Met cognitieve gedragstherapie geeft de cliënt de traumatische gebeurtenis een plaats in het verleden. Daardoor verdwijnen de klachten in het hier en nu. Met EMDR wordt het trauma verwerkt door middel van oogbewegingen. Medicatie kan een onderdeel zijn van de behandeling, maar geen vervanging van therapie.