Posttraumatische stress-stoornis

Mensen kunnen in hun leven traumatische gebeurtenissen meemaken, waarbij ze alle controle verliezen. Na zo’n schokkende gebeurtenis krijgt 10% van de mensen last van langdurige stressklachten. Ze ervaren chronische stress, zijn voortdurend waakzaam en hebben lichamelijke angstklachten.

Wat is het?

Een posttraumatische stress-stoornis (PTSS) is een angststoornis met een duidelijke oorzaak in het verleden. Bijvoorbeeld een oorlogservaring, beroving, verkrachting of vliegtuigongeluk.

Kenmerken

De verschijnselen van een PTSS zijn onder te verdelen in 4 groepen:

  • Spannings- en onrustgevoelens. Deze kunnen gepaard gaan met nachtmerries, agressie, prikkelbaarheid, concentratieproblemen of heftige schrikreacties.
  • Herbeleven van de traumatische gebeurtenis. Soms gedraagt iemand zich alsof hij de nog steeds meemaakt. Ook kunnen herinneringen aan de gebeurtenis heftige angsten, emoties en lichamelijke angstreacties opwekken.
  • Vermijdingsgedrag. Angstige situaties worden uit de weg gegaan. Soms ontstaat er geheugenverlies, terwijl het geheugen verder normaal functioneert.
  • Gevoelsarmoede. De cliënt kan zijn gevoelens minder goed tonen of heeft een gevoel van vervreemding.

Behandeling

PTSS kan worden behandeld met Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR), cognitieve gedragstherapie of medicatie. Daarnaast is rust nemen belangrijk. Met cognitieve gedragstherapie geeft de cliënt de traumatische gebeurtenis een plaats in het verleden. Daardoor verdwijnen de klachten in het hier en nu. Met EMDR wordt het trauma verwerkt door middel van oogbewegingen. Medicatie kan een onderdeel zijn van de behandeling, maar geen vervanging van therapie.

 
Print pagina