Sommige mensen zijn angstig terwijl er geen echt gevaar dreigt. Heftige angst kan uitmonden in een paniekaanval. Daarbij treden lichamelijke reacties op zoals zweten, trillen, hartkloppingen, duizeligheid en een snellere ademhaling of hyperventilatie. Als iemand daar regelmatig last van heeft, kan er sprake zijn van een paniekstoornis.
Wat is het?
Bij een paniekstoornis heeft iemand geregeld paniekaanvallen. Er is geen duidelijke aanleiding voor de angst; iemand kan denken dat hij gek wordt, doodgaat of flauwvalt. Na circa 10 minuten ebt de paniekaanval meestal langzaam weg. De angststoornis kan veel invloed hebben op het dagelijkse leven en de omgeving van degene met een paniekstoornis. Soms ontwikkelt hij/zij naast de paniekstoornis een depressie.
Kenmerken
- Iemand heeft last van paniekaanvallen zonder dat er duidelijk gevaar dreigt.
- Voor de lichamelijke klachten wordt geen aanwijsbare lichamelijke oorzaak gevonden.
- Vermijdingsgedrag; mensen met een paniekstoornis ontlopen stressvolle situaties om een volgende paniekaanval te voorkomen. Vaak vermijden ze plaatsen waar het druk is – zoals winkels – of plaatsen waar je moeilijk weg kunt. Dan spreken we van agorafobie of pleinvrees.
Behandeling
De paniekstoornis is meestal goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie en/of medicatie. Cognitieve gedragstherapie is een therapievorm waarbij de cliënt zijn/haar eigen gedachten actief onderzoekt en oefent met moeilijke situaties. Vaak worden daarnaast medicijnen ingezet, die oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor de behandeling van een depressie. Deze hebben een gunstige invloed op het herstel.