Bijna iedereen kent vaste routinehandelingen. Zo controleren de meeste mensen de sloten voordat ze naar bed gaan. Ook als ze weten dat alles in orde is. Die extra controle geeft een gevoel van veiligheid. Ook handen wassen na een toiletbezoek is voor veel mensen gebruikelijk. Sommige mensen zijn echter voortdurend bezig met controleren of wassen; onveiligheid en angst beheerst hun leven. Dan kan er sprake zijn van een dwangstoornis of obsessieve compulsieve stoornis.
Wat is het?
Iemand met een dwangstoornis heeft last van dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies). Mensen met een dwangstoornis weten dat deze handelingen niet nodig zijn; vaak schamen ze zich ervoor, maar ze kunnen er niet mee stoppen. De dwangklachten veroorzaken vaak spanningen tussen degene met een dwangstoornis en zijn/haar omgeving. Zonder behandeling blijven de klachten bestaan.
Kenmerken
- Dwanggedachten: terugkerende gedachten die zich blijven opdringen.
- Dwanghandelingen: herhaaldelijke handelingen ter geruststelling.
- Gedachterituelen: handelingen uitvoeren met ‘goede’ gedachten, of tellen bij de handeling.
- Vermijdingsgedrag: angsten uit de weg gaan, bijvoorbeeld niet meer op gas koken.
Behandeling
De dwangstoornis is meestal goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie en/of medicatie. Cognitieve gedragstherapie is een therapievorm waarbij de cliënt zijn eigen gedachten actief onderzoekt en oefent met moeilijke situaties. Meestal duurt de therapie korter dan een half jaar. Vaak worden daarnaast medicijnen ingezet, die oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor de behandeling van een depressie. Deze hebben een gunstige invloed op het herstel.